pozie etc han van der vegt

Wormgoor opname

Wormgoor (fragment)

tweede level — omdat Orfs waarnemingsvermogen niet veel voorstelt — kun je het scherm niet onderscheiden dat je vertelt — dat je het eerste level hebt kunnen bedwingen — we weten niet — waar twee begint — Wekker mag het zeggen, zij vindt dat het hier moet zijn

Orf wil al wel — aardig zingen — en weet daarmee vaardig zijn richting te bedingen — op ruw terrein

vaak wordt Orfs vroeg succes door allerlei gevaren — nog bedolven — het zwart trekt glad — het wordt weer stil — en nooit zul je weten waaraan hij is gestorven

Wekker beweert graag dat van het hele Wormgoor-spel — juist dit level — het mooiste is — vanaf het punt waarop Orf ogen heeft ontwikkeld — is zij een keer — teruggegaan — ze heeft niet graag — dat ze iets mist — door het zwartwit — van dood en ijs — giert een sneeuwjacht uit de hogere regionen — vriest de adem — van de bomen — tot flarden rijp — wie van de doden even hapert in zijn pose — hecht zijn voeten — aan de bodem — een kapsel van pegels omschittert hem het ponem — en een kleed uit lakens van ijs omsluit hem de huid — delen zijn soms — blijven haken — aan de takken — soms staan staken — van hun leden — vast in een kuil

het licht dat hier — zijn sluiers spreidt — over de vlakten van de onherroepelijkheid — komt van de eerstgeboren sterren  aan de hemel — voordat de zon — werd afgerond — voordat de hel — werd verzegeld — hier kaatst het eeuwig heen en weer met de eeuwigheid — geen oog dat het — ooit absorbeert — dat is tenminste wat Spaceball me steeds weer bezweert — ik vroeg me al af, wat is de bron toch van dat licht

maar onze blinde zanger verschaft het nog geen zicht — nevels en eeuwige duisternis omgeven hem — de stralen van — zijn eigen stem — schijnen, weerkaatst — de kennis van wat geen sterveling ooit heeft aanschouwd — in hem binnen — de mist, de kou — daar lossen op — hoor, er is geen plaats hier die hij niet kan bezingen

vanaf de drempel, n sprong vooruit en drie naar rechts — recht voor je kun je al een bolling zien verrijzen — een schedel die — wat maat betreft — kan voldoen aan — al je eisen

schakel je strottenhoofd er voorlopig niet op vast — voor deze last — moet je eerst nog — handen halen

ze liggen links — rond een krater — je herkent ze — aan hun nagels

klik je strot aan de botjes van een van de polsen — leer de vingers naar de andere hand toe kroelen — en voeg ook die — aan Orfs lot toe — kijk uit, laat hem niet over de kraterrand rollen

waggel terug — naar waar die kop — op zijn kant ligt — je hoeft je strottenhoofd maar tegen die paar wervels — in de basis — aan te kleven — met je vingers kun je nu de som van je gewicht — op je handen — doen kantelen

in de holte van je verse kneiter schamperen — wat resten dorre hersenschors tegen de wanden — die je bespotten als Orf ermee vandoor wil gaan — trek je niets aan — van hun mokken — Orfs strottenhoofd stuwt zijn kracht door de schedelplaten — de ijslaag smelt — om zijn slapen —  heeft in de put — van de doodskop — de grijze prut — zich verzamelt — tot hersenstam — dan weet Orf weer — waarvoor hij kwam — hij begrijpt met het eerste tintelen van zijn merg — dat van hoever — en hoe divers — hij zijn al half vergane onderdelen vergaart — het niet uitmaakt — een ding volstaat om hem weer samenhang te geven — zijn liefde voor — Ryddics leven

tenzij die lier — in jou zo’n held — gevonden heeft dat je Wormgoor met minder snaren — evengoed velt — zoals Spaceball die vertelt dat hij hem met maar drie — heeft verslagen — in welk geval — je voortkrabbelt — naar de rivier  — zou ik er als ik Orf was links nog eentje halen

doe geen poging mee te liften op het dodenveer — want daarvoor loopt Orf nu al te zeer in de gaten

heb je soms liever dat Orf eerst even gaat kijken? — wil je dat zijn handafdrukken zo veel mogelijk — in het slijk van — het spel prijken? — houd dan afstand — Wekker wilde — Spaceball niet eens — laten weten — hoe vaak ze was gedood door de wespensoldaten — met gespleten — ravensnavels — torrenschilden — omgegespt, die — steeds verbolgen — de hen onwelgevallige doden met pieken — in de stroom van — lijkvocht wieken

langs de oever — van de rivier — liggen van de — doden die hier — zijn verzwolgen — in het striemen van de zuren en de enzymen — handen, voeten — kwijtgeraakt in hun bij voorbaat al verloren strijd — hun skeletten lopen de bedding af te zoeken — in de hoop hun op drift geraakte lichaamsdelen — te begroeten 

en hier kan Orf maar liefst zes armen bijeenrapen — met het vlees nog — aan de schouders — pas ze samen — in drie paren — dat ze elkaar qua lengte in evenwicht houden — de kom van de een slobbert het bot van de ander — strak om de kop — terwijl de schouderbladen zich vacum kussen — over elkaar — pak dat borstbeen  — rechts beet aan zijn — ribbenhandvat — ram het tussen — het okselgat — span de pezen  — er nauw omheen — hiermee kan Orf de armen in beweging krijgen

misschien vraag je je af waarom Orf deze armen — niet nu gelijk al aan zijn eigen lijf zou rijgen

save hier je spel — voordat Orf smelt — want de rivier — die je nu bevaren gaat vreet aan zijn botglazuur — duw dan je vlot van armen door de lymfelissen — totdat het sop — er net aan likt — luister, je hoort wanneer het vlees begint te sissen — dus sleuren maar — en maak wat voort — het sap zuigt al — aan de wonden — Orf heeft maar even voor zijn vaartuig is ontbonden

kantel je stuur — iets naar bakboord — anders zal een geraamte dat de bodem verkent — en in Orfs vlot zijn verloren rechterarm herkent — voor je iets ziet — het bij de pols grijpen en naar beneden trekken

juist als je schip — iets gaat lekken — lanceert de schok waarmee je aankomt Orf naar voren — plat op de grond — van level drie


stem: Han van der Vegt
muziek: Jan Frans van Dijkhuizen

opname: studio Ratsmodee