Niet links, niet rechts[1]

Zij gehoorzaamt slechts de roep van het land. Een geul
in de bodem beult zij door het velden, strak in
zijn boorden, effen van bedding. Haar rupsbanden
kennen enkel één richting: vooruit. Geen steensoort
biedt weerstand aan haar beitels, geen wortel bezit
de veerkracht haar schoepen te keren. Zij vreet wat
zij ziet en zij schijt wat zij vreet. Haar mes biedt vier
jaar garantie tegen genade. Weduwen
en wezen, zij maakt geen onderscheid. Haar mokers
delen allerwegen veiligheid uit. Palmboom
en aloë bloeien als de knotwilg. Onder
een bloedrode hemel trekt zij haar heirbaan door
de steden. In haar spoor groeit geen willekeur. Zij
klopt wat zij veegt en zij zuigt wat zij klopt. Het volk
dat haar liefheeft grijnst in de trots van haar
boorkop en het likt waar zij voorbijgaat het zweet van haar
rug. Het recht van haar horizon kerft in de zon.
[1] ‘Niet links niet rechts’ is oorspronkelijk geschreven als estafettegedicht voor NRC Handelsblad, op uitnodiging van Paul Bogaert, en gepubliceerd op 19 mei 2006. Het leek me een goed idee om voor de krant over een actueel onderwerp te schrijven.