home

tekst

geluid

links

spul

Betreffende een functie in het dierenrijk

 

Peter van Lier, met antwoorden van Han van der Vegt 

 

 

 

Geachte gaasvleugeligen,

 

De haften of eendagsvliegen (orde Ephemeroptera) vormen een

zeer beklagenswaardige groep binnen uw gelederen. Vooral hun

 

kortstondige volwassenheid gaat mij aan het hart, indien niet

al voortijdig ten prooi gevallen aan vis, zangvogel, spin of

 

libelle. Zelf eten is er ook al niet bij, met monddelen zo

rudimentair en niet-functioneel, dat ik graag, ter compensatie,

 

mijn kleine gezinsauto (Fiat, type Panda, lekker licht) met

mijzelf als chauffeur, in het bezit van goede rechte schouders,

 

ter beschikking stel, zodat de prachtige uitzichten voor de

goed ontwikkelde mannenogen in het verschiet liggen en een

 

bruidsvlucht honderd kilometer verderop, met vrouwtjes ongedacht.

 

Hoogachtend.

 

 

oordeel ons niet aan onze dood

 

leven is warrelen in nimffase, wervelen van kolk naar kolk

spoelen van stroom naar stroom door stroom

 

opgaan in borrelen en gorgelen, smelten in de opspattende druppel

in het verstuiven van spetterend water tot luchtfase

 

is lebberen, slurpen door zeven paar kieuwen

trillingen en prille kiemen lurken, verteren tot het schijnen

 

en schalen van vervelling naar vervelling, zodat al onze

strevingen oplossen in licht, in duizelingen die schieten en

 

stralen over ons worstelen heen, ons wriemelen van

drogen naar harden, naar onze glazige popfase

 

en dan, opzwermen in een laatste wolken van zindering

en zaadverstuiving, vervliegen is ons sterven en ons ontluiken

 

ook u zult ons niet binden

 

 

Geachte orde der platvissen,

 

Uw lichaamsbouw is al zo moeizaam tot een leefbaar compromis

aangepast aan het bodemleven van ondiepe kustwateren, dat

 

vooral de tarbot (Scophthalmus maximus) zijn brede lijf, niet

alleen onder water bekend om het zeer smakelijke vlees, maar

 

nauwelijks weet te beschermen. Geen wonder dat deze dieren

de wereld meestentijds doodstil ingegraven ondergaan, met

 

wanhopig-loensende blik benijdend hun familieleden die kleiner

of smaller, smeriger (schurftvis) of slimmer zijn (de topknot,

 

levend in noordelijke zeeën). Mag ik mijn symmetrische hoofd met

lichte aanpassingen daarom bescheiden doch beslist aanbevelen ten

 

behoeve van een wat frivoler tarbotbestaan, vol heuse ledematen?

 

Met vriendelijke groet.

 

 


met belangstelling, spijt

 

ons project: herwinning van oertoestand in platte vlak

blauwdruk op Gods tekentafel, voor het begin der tijden

 

en de opstand der dimensies naar hoogte en diepte

wedergeboorte in eenzijdigheid met gelijkgerichte ogen

 

vrijheid van aandrang, immuniteit tegen waterdruk

overbodigheid van lucht en voedsel, indroging van bloed en sappen

 

vervlakking van banden met buitenwereld, andere diersoorten

onthechting van de derde dimensie van vlees en botten, weerkeer

 

naar vellijf, vlieslijf, tot afkeer en achting van natuurlijke vijanden

walgvocht voor uw omvang oorzaak van zwel en terugtrekking

 

in zand der vergetelheid

 

 

Geachte afgevaardigden der zoogdieren,

 

Bij één familie binnen uw klasse, de tapirs, vraag ik mij

nooit af of het een waan is dat ik meen veel voor deze dieren

 

te kunnen betekenen, zozeer juist niet het toonbeeld van

zelfredzaamheid op hun korte pootjes (onevenhoevig nog wel),

 

ondanks hun beweeglijke slurfje. Als tweevoeter met wipneus,

het alarmeren in meerdere technieken machtig, wil ik graag de

 

intelligent-wendbare bode in hun midden zijn, stellig geen luxe

in de dichte vegetatie der jungles van Zuidoost-Azië. En bij

 

rust zal ik fluisterend verhalen over hun glorietijden in

het Oligoceen, uit louter goodwill, en al zwemmend deuntjes

 

fluiten om hun eenzelvigheid wat te breken onder hun sjabrak.

 

Gespannen zie ik uw antwoord tegemoet.

 

 

Mens,

 

Het zal u wellicht verbazen dat wij juist voor de tapir,

de fraaiste noch de elegantste onder ons, grote verwachtingen

 

koesteren, met name omdat hij ons herinnert aan die verre eeuwen

toen uw eigen soort zich voor het eerst ging verheffen op de steppen

 

van de Olduvaikloof. Het was geen ontzag, zeker geen respect

dat velen onder ons er toen van af deed zien u nog langer

 

aan te vallen, maar eerder mededogen, vermengd met lichte

walging om uw wankelende gang en even gestage als afstotelijke

 

ontharing, een mededogen dat we vaak voelen bij het aanschouwen van

de hachelijke kapriolen van de tapir. We weten dat we toen een grote

 

vergissing hebben begaan maar denken dat de tapir in elk geval een minder

hardvochtig heerser zal zijn dan uzelf. Hij heeft uw hulp niet nodig.

 

Meewarige groeten,

 

 

Geachte vertegenwoordigers der hagedissen,

 

Dat nu juist een van uw ordegenoten, de hazelworm, ondanks

zijn fragiliteit, het uiterlijk van uw meest gevreesde vijand

 

moest aannemen betekent, mijns inziens, niet dat er van een

noodlottige verstoting sprake moet zijn die haar weerga in het

 

dierenrijk niet heeft. Niet alleen als dankbaar terrariumdier

blijken de knipogen tekenen van h.’s onschuld te zijn, voorlopige

 

getuigenissen van potentiële slachtoffers (aardwormen en slakken

met alleen maar weke delen) roemen tevens zijn ascetisme

 

als bewijs van anti-slangachtigheid, waarover ik u graag in

opdracht, uitsluitend met fingerspitzengefühl, op uitgebreide

 

schaal wil rapporteren, indien gewenst buiten de winterslaap om.

 

Met de meeste hoogachting.

 

 

Lierdier,

 

Onmiskenbare pleitkracht biedt hoop.

Verdediging hazelworm warmt bloedsap

 

Mogelijke ook elders inzetbaar?

Onversaagdheid tegenover kil slangenoog?

 

Verborgen missie van hazelworm:

infiltratie van het slangenras

 

Gevaar voor eigen leven:

alerte oogleden wekken achterdocht.

 

Nekgebrek gifbron van misbaar.

Uw inzet zonder respijt.

 

Betaling in verse slangeneieren

Door uzelf te verzamelen.

 

Verblijvend.

 

 

Geachte loopvogels,

 

Geheel zonder staart en met minimale vleugels, volstrekt

ongeschikt om zich te verheffen, een lichaam meer haar dan

 

veer, blijkt de kleinste, minst kleurrijke, zelfs bij nacht

zich zelden vertonende onder u tot lieveling van mijn soort

 

ontwikkeld te hebben. Is het een aanbeveling dat ik met zorg

munten verzamel waarop hij is afgebeeld en dito zegels plak op

 

brieven aan geliefden in spe om hem als dierenvriend-manager

van advies te mogen dienen, betreffende het juiste vertrouwen

 

(met slechts het lafste prooidier in gedachten) en de vereiste

concentratie (op het ei), zodat de alleroprechtste zaken, juist

 

op het vasteland, omschreven kunnen blijven met: de kiwi waardig?

 

Met de beste wensen.

 

 

Beste,

 

De kiwi is goed beschouwd weinig anders dan een behaard ei

met twee pootjes die zich in haar omvang terug kunnen trekken

 

zonder daarin sporen achter te laten, en een weliswaar verfijnd

ruikende, maar toch betrekkelijk dunne snavel die al de ronding

 

van de eierschaal heeft aangenomen. In het donker van de nacht

bereidt zij zich voor op het donker van haar eigen cloaca.

 

Al vanaf haar jonge eeuwen in de oerweiden van Gondwana

legt de kiwi elke generatie een groter ei, en zal daarmee doorgaan

 

tot de wind ten lange leste haar laatste pluizige haartjes en haar

inmiddels doorzichtige, droge vliesvelletje om het laatste ei

 

weg zal blazen, waaruit zij nooit meer zal hoeven te verrijzen

Uw hulp zal zij daarbij naar het zich laat aanzien niet nodig hebben.

 

  Met beleefde groeten aan uw vrouw.

 

 

Geacht vogelbekdier,

 

Sta mij toe u bij te staan in de moeilijkste uren van uw leven,

ook al weet ik uw slinkse ogen dan op mijn zwakste plek gericht

 

(de buikstreek, inderdaad), voor uw klauwen en sporen vol gif

geen partij. Met gepaste distantie daarom constateer ik: uw

 

aard is net zo ongelukkig als uw voorkomen. Waar ik, met

een licht hoofd en mogelijk wat geluk, op inspeel met dit

 

advies: kies voor de vogel in u (snater blij) en hogere

sferen worden reëel, of voor het zoogdier, in wiens belang ik

 

al jaren propageer: mijd de wateren en voorzie het beloofde

land, verwacht het gedroomde leven (desgewenst op hoefjes)

 

niet door chirurgie, maar in overgave aan mijn kleine profetie.

 

Hopend op een goede ontvangst.

 

 

 

Toen de mens zich voor het eerst wist te onderscheiden van

het gemeen van de dieren waren er onder ons die vonden dat

 

wij misschien een blijk van goede wil of een zoenoffer moesten

brengen, voor het geval hij zijn kennelijke ambities tot wereld-

 

heerschappij waar zou maken. Wij gingen te rade bij zijn eigen

verhalen, die een ongeduld verraadden omtrent de scheiding tussen

 

de dierenfamilies. De griffioen, de harpij, de draak, de basilisk,

de menselijke drang tot combineren leek eindeloos. Een van ons,

 

een onbaatzuchtig kruipertje, bood zich aan voor een experiment

en kronkelde zich over de grens tussen vogels en zoogdieren.

 

U zult begrijpen dat hij, ontzet door zoveel ondank en onbegrip

van uw zijde, niet meer in staat was zelf te antwoorden.

                                                                 

In haast.

 

 

Gedichten Peter van Lier

Gedichten Han van der Vegt