poŽzie etc han van der vegt

De stad van de vrijheid opname

De stad van de vrijheid

Midden in de nacht werden we van ons bed gelicht
en in geblindeerde busjes naar de muur gebracht.
Wees welkom, zeiden ze, bij de stad van de vrijheid.
Vervolgens scheurden ze ons de kleren van het lijf
en lieten ons niets anders over dan onze beurs.

We kregen de keus uit drie verschillende poorten
– de eerste een valluik, de tweede een valse deur
en de derde een spiegel – met elk zijn eigen prijs
maar toen we antwoordden dat we terug wilden
zeiden ze dat we niet begrepen wat vrijheid was.

Na betaling gingen wij elk een eigen poort in
en begroetten elkaar verbaasd op hetzelfde plein.
En de stad had geen hemel dan de oneindige
verdiepingen van de warenhuizen en geen grond
dan de smalle stoep die hun onderkant omrandde.

Er spiraalde daar een schrale, slecht riekende wind.
Toen we vroegen naar kleding kregen wij overal
dezelfde keus: als eerste een clownspak, als tweede
een harnas en als derde ons eigen blote gat
dat ze ons tegen de hoogste prijs terugverkochten.

Schuifelend gingen wij langs de rand van de afgrond
om maar geen inbreuk te doen op de wankele vrijheid
van de stapels koopwaar die daar stonden uitgestald.
Van de stoep, uit de ramen wierpen zij hengels uit,
lieten van katrollen enorme grijpers vieren

om te zien wat ze dit keer weer konden opdiepen.
Vaak was het afval van vorige generaties,
soms waren het goederen, nog in verpakking,
die wij, zeiden ze, nodig hadden voor onze vrijheid.
Ons geld eenmaal op stelden zij ons voor de keuze

tussen deze drie functies: de eerste goochelaar,
de tweede kwakzalver en de derde prediker,
maar toen we ons loon kwamen ophalen zeiden ze,
we hebben het al van je schulden afgetrokken.
De eerste dagen keken we vaak naar beneden.

Op onze vraag of er daar mensen voor ons werkten
zeiden ze dat vrijheid nooit echt vrijheid kon wezen
als een ander niet voor die vrijheid hoefde lijden.
Op onze vraag hoe diep de voorraden wel reikten
zeiden ze dat wie de langste takel gebruikte,

het meeste bovenhaalde. Dat was al jaren zo.
Het gros paste zich aan, wij veinsden met enkelen.
Na een week merkten we dat niemand op ons lette.
Omzichtig verkenden we de ontsnappingskansen.
Door steeds smallere stegen, tussen steeds lagere

krotten liepen we naar waar we de muur vermoedden.
Maar bij de stadsrand aangekomen troffen we daar
tot onze ontzetting slechts de onafzienbare
velden van onze eigen vrijheid, rijp voor de oogst,
om te kiezen wat zij voor ons hadden gekozen.
 

muziek: Jan Frans van Dijkhuizen
stem: Han van der Vegt
opname Jan Frans van Dijkhuizen
studio Ratsmodee