Slauerhoff

Slauerhoff[1]

Stijfkoppig in de wetenschap dat die nergens kon bestaan

lukte het hem niet het uitstel van zijn droom te verdragen.

Aangemeerd langs de kade lag zijn sonde al te wachten.

Uit de pijpen kwam rook. Een mengsel van weemoed en chagrijn

 

stuwde het ding voort. Wie zich aanboden als reisgenoten

loog hij voor dat het geconstrueerd was voor slechts een persoon.

Anderen stonden erop hem de zegen Gods te wensen.

Uiteindelijk drong hij tussen hen door om aan boord te gaan.

 

Slechts een tik aan de pet was zijn groet. Hij rukte de trossen

los en stuurde langs de delta’s van de grote rivieren

aan wier oevers hij zich zo vaak machteloos had verbeten.

Ultramarijn en turkoois mengden zich op de horizon.

 

Schielijk stak hij af van de kust, richting de diepste trog waarin

legendes zich verstrikken in tentakels van karmijnen

anemonen en de versregels niet anders kunnen dan

unduleren op de uitlopers van purperen wieren.

 

Schuin invallend groen licht suste zijn overprikkelde zinnen.

Langoureus dreven vissen langs zijn raam met de gratie van

Aziatische vrouwen of balletdanseressen. Zijn

uitputting deed zich langzaamaan gelden, maar hij bleef dalen,

 

steeds dieper. Hij wist dat, naarmate hij lager kwam, hij ten

langen leste naderbij moest komen, maar hij wist even

apert dat hij zijn doel nooit bereiken zou. Om hem zwommen

undines , die hem wenkten, die hun leest voor hem ontblootten.

Er was er geen bij die hij niet begeerde. Hij moest grijnzen,

renegaat van de liefde, in de zekerheid dat geen van

hen zijn schulp open zou kunnen breken. Hijzelf evenmin.

Onverlost ging hij verder. De naden van zijn sonde zongen,

floten onder toenemende druk. Het lager gelegen

fluorescerend paradijs hield zich voor hem gesloten.

[1] Geschreven voor het Slauerhoffnummer van De Gids, april 2008. De regels beginnen met de letters van Slauerhoffs naam, ze eindigen allemaal op een n en ze zijn 15 lettergrepen lang.

home

tekst

geluid

links

spul